14 september 2015

Historicus, schrijver en redacteur Peter Bak stelt een onderzoek in:Peter Bak

waarom er nog steeds geen boek over ‘Haaren’ is
en er wel zou moeten zijn

Tijdens de Duitse bezetting had het Groot Seminarie een andere bestemming. Vooraanstaande politici, zakenlieden en andere notabelen werden er als gijzelaars vastgehouden. Ook verzetsstrijders gingen de kaarsrechte weg tussen de dubbele rij lindenbomen; zij werden in Haaren verhoord en moesten er hun proces afwachten.
Hun lotgevallen zijn in de loop der jaren fragmentarisch verteld, maar ‘het grote verhaal’, van het Geisellager en Polizeigefängnis is nog altijd niet geschreven.

Een oord van bang wachten

Het ‘grote verhaal’ van Haaren is vooral een psychologisch verhaal. Staat me de kogel te wachten? Kom ik vrij? Wanneer? Hoe gaat met mijn vader, moeder, verloofde, vrouw, kinderen? Zal ik in bevrijd Nederland met ze worden herenigd? Al deze vragen hielden zowel de gijzelaars als de gevangenen bezig. De gijzelaars konden worden gefusilleerd als vergelding voor verzetsacties, de gevangenen als uitkomst van hun proces, waarbij doodstraf of abtrennung uiteindelijk veelal op hetzelfde neerkwam.
Haaren is kortom een plaats van indrukwekkende herinnering, die bovendien nog in tact is. Nabestaanden lopen geëmotioneerd door het deel van het gebouw dat als Gedenkplaats is ingericht; ze slaan het Einschreibbuch op en zoeken de naam van hun vader, grootvader, moeder, grootmoeder, oom, tante.

Na de oorlog kwamen de priesterstudenten weer terug, tot 1967. In dat jaar werd het ‘Huize Haarendael’, een thuis voor verstandelijk gehandicapten.
Dit brengt een van de Indische gijzelaars uit de oorlog, de violist Jo Juda, weer terug naar de plaats waar hij zeven bange maanden heeft doorgebracht:


Haarendael uitsnedeDaar stond ik, samen met Olga, mijn vrouw, na meer dan dertig jaar
weer voor hetzelfde gebouw waar ik toen gevangen heb gezeten…
Wij gingen door de glazen deur van de nieuwe ingang naar binnen.
Daar vlak voor lag de gang met de grote blauwe tegels die naar de kapel leidt.
Rechts keek ik de eetzaal in. De pilaren waren er nog, een paar losstaand,
de meeste tegen de muur, tussen ieder raam één…

Maar die geluiden, die akelige geluiden? Kwamen die uit de cellen,
van de mensen die daar nu nog steeds in dat blauwe schemerlicht gevangen zaten?
Is de oorlog nóg niet voorbij? En dan die kinderen.
Zij liepen door de gangen, met verpleegsters. Die stakkers van kinderen,
met hun verwrongen gezichten en abnormaal heftige bewegingen.
Nee, zij waren het die de onmenselijke geluiden uitstootten.
De oorlog is immers allang voorbij.
Olga en ik kwamen voor het eerst onze twee geestelijk gestoorde zoontjes bezoeken,
die hier waren opgenomen.

Tot zover het onderzoeksvoorstel heel in het kort.
Voor het volledige voorstel, inclusief diverse bijlagen, klik Onderzoeksvoorstel